Slides

98 pages
6 views

De Gymnasiarchie in Karia en Lykia - Master Scriptie Katholieke Universiteit Leuven

of 98
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.
Share
Description
De Gymnasiarchie in Karia en Lykia - Master Scriptie Katholieke Universiteit Leuven
Transcript
    De Gymnasiarchie in Karia en Lykia Ontwikkelingen van 300 v. Chr. – 100 n. Chr. Trevor Scarse Masterproef aangeboden binnen de opleiding master in de Geschiedenis van de Oudheid. Promotor prof. dr. Katelijn Vandorpe Co-promotor prof. dr. Sofie Remijsen Academiejaar 2012-2013  2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Kaarten 3 Inleiding 5 Historisch overzicht 10 Verspreiding van de Griekse sportcultuur over Karia en Lykia 20 Leeftijdsgroepen 33 De gymnasiarch als functionaris 50 De gymnasiarch als weldoener 62 De sociale achtergrond van de gymnasiarchen 74 Conclusie 83 Appendix: selectie uit de gebruikte inscripties 86 Literatuurlijst 92  3 Kaarten Kaart 1: Karia Bron : Robert en Robert (1954) 452.  4 Kaart 2: Lykia  bron : http://www.paulyonline.brill.nl - ‘Lycii, Lycia’  5 Inleiding De Griekse sportcultuur is één van de meest herkenbare elementen van de Oudheid. Al in de Archaïsche periode werden er grote sportfestivals gehouden die veel publiek trokken uit het hele Griekstalige gebied. Het vroegste en meest bekende voorbeeld zijn de Olympische spelen die in de achtste eeuw v. Chr. opgezet werden en al vrij snel publiek trokken uit de hele Peleponnesos en de Griekse kolonies in het Westen. De deelnemers aan deze spelen trainden meestal op veldjes buiten of aan de rand van de stad. In de vijfde eeuw v. Chr. werden echter ook verschillende kleine hoven gebouwd binnen de stadsmuren, waar de jeugd (tot en met hun dertigste) en ook ouderen konden sporten en zich ook konden vermaken. 1   Na de Peloponnesische oorlog werd in Athene de ephebie ingesteld om van de jeugd betere soldaten te maken. 2  Tijdens de ephebie werden achttienjarigen militair getraind voor één of twee jaar, onder andere in de gymnasiale instellingen. Deelname aan de ephebie was in het  begin wellicht nog beperkt tot een kleine groep, met name de elite. Na de slag om Chaironea werd de ephebie voor een kleine tien of twintig jaar omgevormd tot een nationale dienstplicht, om daarna weer een instelling te worden voor een kleine elitaire groep. De ontwikkelingen in Athene hadden grote gevolgen voor de Griekse sport. Het voorbeeld van Athene werd door steeds meer steden gevolgd, en de ephebie verspreidde zich na Alexander de Grote over de gehele Griekstalige wereld. In de hellenistische periode (323-30 v. Chr.) groeide de sportbeoefening uit tot één van de belangrijkste elementen van het stedelijke leven in de Oostelijke Mediterraan en het Midden-Oosten. De bezoekers van verschillende gymnasiale instellingen verenigden zich in clubs, in de derde eeuw v. Chr.  beperkt tot de twintigers. Deze verenigingen werden zelfstandig opgezet, maar gaandeweg werden steeds meer verenigingen geïntegreerd in de stedelijke administratie. In Egypte bleef deze ontwikkeling echter beperkt op het platteland, aangezien de Grieken in  bijvoorbeeld de Fayoum niet woonden in erkende  poleis . De klassieke vorm van gymnasiumverenigingen, een gebouw beheerd door een privépersoon of familie, bleef daardoor lange tijd de norm in Egypte. De functie en invulling van de gymnasiarchie weerspiegelde deze transformatie naar stedelijk instituut binnen het gymnasiale leven. In de Klassieke periode (5 e  en 4 e  eeuw v. Chr.) werd in Athene een gymnasiarch aangesteld die een fakkelloop moest organiseren. 3  De gymnasiarch was hiermee niet het hoofd van een gymnasium, maar had de leiding over de training van de deelnemers aan de fakkelloop. De termijn van deze gymnasiarchen was ook beperkt tot de aanloop tot de fakkelloop en de race zelf. De organisatie van wedstrijden door tijdelijk aangestelde gymnasiarchen bleef voortbestaan in Athene in de hellenistische periode, en is in dezelfde periode ook geattesteerd in Rhodos, Ilium en Delos. 4  In de vierde eeuw v. Chr. begon de gymnasiarchie echter ook ingesteld als een jaarlijks ambt met als taak het toezicht op een gymnasium. Plato zag in zijn ideale staat al een rol weggelegd voor archonten die de leiding hadden over de muzikale en atletische opvoeding van de 1  Plato Lysis 206e. 2  Chankwoski (2010) 139-42. 3  Schuler (2007) 166. 4  Ibidem, 172, 177-8.
Related Documents
View more...
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks