Articles & News Stories

36 pages
10 views

Een verkenning naar het nieuwe rekenen in het mbo

of 36
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.
Share
Description
Een verkenning naar het nieuwe rekenen in het mbo
Transcript
  Een verkenning van het nieuwe rekenen in het mbo  "Een vergelijkend onderzoek naar de relatie en verschillen van motivatie, beroepsrelevantie van rekenen, geslacht en vooropleiding op het COE-rekenen.” Datum: 24 januari 2014; Studentnaam: G.C.S. Hanraets Studentnummer: 3487768 Eerste begeleider: Marieke van der Schaaf; Utrecht University Tweede Begeleider: Vincent Jonker; Utrecht University Aantal woorden: 7973 (exclusief tabellen, figuren, abstract en referenties)  2 Inhoud Abstract ................................................................................................................................................................ 4 1. Inleiding ............................................................................................................................................................ 4 1.1. Implementatie van rekenen in het mbo .................................................................................................... 4 1.2. Onderzoeksvragen ..................................................................................................................................... 6 2. Theoretisch kader ............................................................................................................................................. 6 2.1. Rekenen en het centraal ontwikkelde examen ......................................................................................... 6 2.2. Verschillen op de COE-rekenscore ............................................................................................................ 7 2.2.1. Beroepsrelevantie van rekenen ............................................................................................................. 7 2.2.2. Verschil rekenen jongens en meisjes ..................................................................................................... 7 2.2.3. Vooropleiding en rekenen ...................................................................................................................... 8 2.3. Motivatie ................................................................................................................................................... 8 2.3.1. Motivatie en rekenprestatie ................................................................................................................... 9 3. Methode ......................................................................................................................................................... 10 3.1. Casusbeschrijving .................................................................................................................................... 10 3.2. Sample ..................................................................................................................................................... 10 3.3. Instrumentbeschrijving ........................................................................................................................... 10 3.3.1 Centraal ontwikkelde examens rekenen ........................................................................................... 10 3.3.2 Situational Motivation Scale (SIMS) .................................................................................................. 11 3.4. Onderzoeksdesign & procedure .............................................................................................................. 11 3.5. Indeling mbo-segmenten & beroepsrelevantie ...................................................................................... 12 3.6. Pilotstudie ................................................................................................................................................ 14 3.7. Assumptiechecks en kwalitatieve instrumentbeschrijving SIMS ............................................................ 14 3.8. Data-analyse ............................................................................................................................................ 18 3.8.1. Data-analyse onderzoeksvraag 1: verschil COE-rekenscore ............................................................ 18 3.8.2. Data-analyse onderzoeksvraag 2: verschil rekenmotivatie: ............................................................ 18 3.8.3. Data-analyse onderzoeksvraag 3: verband van rekenmotivatie op de COE-rekenscore ................. 19 4. Resultaten ....................................................................................................................................................... 19 4.1.1 Verkennende verschilanalyse ................................................................................................................ 19 4.2. Verschil COE-rekenscore ......................................................................................................................... 20 4.2.1.Tussen mbo-segmenten .................................................................................................................... 20 4.2.2. Qua beroepsrelevantie rekenen ....................................................................................................... 21 4.2.3. Tussen jongens en meisjes ............................................................................................................... 21 4.2.4. Het type vooropleiding? ................................................................................................................... 21 4.3 Is er een verschil voor rekenmotivatie: .................................................................................................... 22  3 4.3.1.tussen mbo-segmenten? ................................................................................................................... 22 4.3.2. Qua beroepsrelevantie van rekenen ................................................................................................ 24 4.3.3. Tussen jongens en meisje? ............................................................................................................... 24 4.4. Is er een verband tussen rekenmotivatie en COE rekenscore? .............................................................. 25 5. Conclusie & discussie ...................................................................................................................................... 26 5.1. Verschillen op de COE-rekenscore: ......................................................................................................... 26 5.2. Verschil in rekenmotivatie ....................................................................................................................... 26 5.3. Verband rekenmotivatie en COE-rekenscore .......................................................................................... 27 5.4. Discussie .................................................................................................................................................. 28 5.5. Actualiteit ................................................................................................................................................ 29 6. Referenties ..................................................................................................................................................... 31  4 Abstract Dit artikel presenteert factoren die van invloed zijn op de studentprestaties voor het recentelijk verplicht gestelde rekenen in het mbo. In overeenstemming met dit nieuwe rekenbeleid, wordt het vereiste rekenniveau getoetst door middel van een centraal ontwikkelde examen (COE)-rekenen. Uit de landelijk uitgevoerde pilots blijkt dat ongeveer 75% van de mbo-4 studenten dit examen niet haalt. De studentprestatie op het COE zal vanaf 2015/2016 van invloed zijn op de zak-/slaagbeslissing, iets wat bij het uitblijven van prestatieverbeteringen grote maatschappelijk gevolgen heeft, aangezien een groot deel van de mbo-studenten dan geen diploma behaalt. In dit kwalitatieve onderzoek is op zoek gegaan naar verschillen op de COE-rekenscore tussen mbo-segmenten, beroepsrelevantie van rekenen, geslacht en type vooropleiding. Ook de verschillen tussen de rekenmotivatie tussen mbo-segmenten, beroepsrelevantie en geslacht, evenals de relatie tussen rekenmotivatie en de COE-rekenscore zijn geanalyseerd. Uit de resultaten van dit kwalitatieve onderzoek blijkt dat wanneer er een hoge beroepsrelevantie voor rekenen geldt, er ook beter wordt gescoord op het COE-rekenen. Zo scoorden studenten uit het mbo-segment (auto)techniek het hoogst en studenten sociaal-cultureel werk het laagst op het COE-rekenen. Opleidingen met meer beroepsrelevantie voor rekenen hebben een hoger motivatieniveau, dan opleidingen voor wie rekenen minder relevant is in de beroepspraktijk. De mbo-studenten zijn vooral extrinsiek gemotiveerd (extern gereguleerd) voor rekenen. Tussen de mbo-segmenten zijn verschillen gevonden voor de rekenmotivatie. Zo blijken studenten uit het mbo-segment onderwijsassistent het meest intrinsiek gemotiveerd en studenten uit het segment ICT & Applicatiemedewerker het meest a-gemotiveerd voor rekenen. Het is echter niet zo dat het meest gemotiveerde segment ook de hoogste COE-rekenscore behaalt. Het type vooropleiding blijkt een predictor voor de COE-rekenscore te zijn. Studenten met havo als vooropleiding scoren hoger dan studenten vanuit het (v)mbo. Daarnaast scoren mannelijke studenten hoger op het COE-rekenen dan vrouwelijke studenten. Dit verschil is echter niet toe te schrijven aan een verschil in motivatie. Tenslotte is er een positief verband gevonden tussen intrinsieke motivatie en de COE-rekenscore. Daarnaast werd een negatief verband tussen a-motivatie en de COE-rekenen gevonden. Ook het type vooropleiding en geslacht bleken bij beide vormen van motivatie van invloed op de COE-rekenen. Dit exploratieve onderzoek is een eerste verkenning geweest naar factoren die van invloed zijn op de COE-rekenen. Inzicht in deze factoren kan het rekenonderwijs in het mbo verbeteren en daarmee hopelijk ook de studentprestatie. Trefwoorden: Verschillen mbo, centraal ontwikkeld examen, rekenmotivatie, mbo-segmenten, referentieniveau, geslacht, vooropleiding, beroepsrelevantie rekenen. 1. Inleiding 1.1. Implementatie van rekenen in het mbo Sinds de invoering van de Wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in 2010 is rekenen een verplicht onderdeel van het mbo-curriculum. De wet is ingevoerd om de doorlopende leerlijnen taal en rekenen tussen de verschillende onderwijslagen te realiseren en het taal- en rekenniveau te verbeteren. Aanleiding voor deze implementatie waren de afnemende prestaties op de PISA-scores voor wiskunde en Nederlands (Gille, Loijens, Moijons & Zwitser, 2010). De beoogde prestatieverbetering moet worden bewerkstelligd door de invoering van referentieniveaus. In de referentieniveaus rekenen staat omschreven wat studenten moeten beheersen op vaste momenten in hun schoolcarrière. Ze fungeren als drempels tussen de verschillende onderwijslagen. De referentieniveaus vereisen zowel toetsing van parate kennis als toetsing van de toepassing van die kennis in een zinvolle context (OCW, 2013). Het referentieniveau 2F wordt beschouwd als het vereiste maatschappelijke basisniveau. Referentieniveau 3F omvat een hogere  5 beheersingsgraad van het rekenen en is gericht op het toepassen van rekenkundige kennis in complexere situaties. Om vast te stellen dat studenten de referentieniveaus beheersen, moeten ze een centraal ontwikkeld examen (COE)-rekenen afleggen. Dit betekent dat alle mbo-4 studenten, ongeacht hun beroepsopleiding, sinds 2010 een examen rekenen moeten afleggen op 3F-niveau. In het, door het CITO ontwikkelde, COE-rekenen worden de rekendomeinen getallen, verhoudingen, meten & meetkunde en verbanden getoetst. Op dit moment worden (pilot)examens rekenen afgenomen. Deze zijn nog niet van invloed op de zak-/slaagbeslissing, maar vanaf 2015/2016 komt hier voor mbo-4 verandering in. Dan hebben de resultaten op de COE-rekenen consequenties voor de diplomering van de student. Sinds de invoering van de referentieniveaus blijkt een groot deel van de mbo-studenten onvoldoende progressie te maken om het vereiste niveau te kunnen bereiken. In 2012 was het landelijk gemiddelde op de COE-rekenen (3F), gemeten op een 10-puntsschaal, een 3,6 (Van Bijsterveldt-Vliegenthart, 2012) in 2013 was dit 4,6 (College van Examens, 2013a). Dit zou kunnen betekenen dat een groot deel van de mbo-studenten in de nabije toekomst niet gediplomeerd kan worden. Bij het COE-rekenen (2012-2013) zijn er verschillen gevonden in de resultaten van de mbo-segmenten (College van Examens, 2013b). Een segment wordt hierbij geduid als een verzameling van soortgelijke opleidingen (ROA, 2009). Studenten uit de technische segmenten scoorden hoger dan studenten van de segmenten zorg & welzijn of economie & dienstverlening. Een verklaring voor de verschillen in COE-rekenscores wordt niet alleen gezocht in het rekenniveau, maar wellicht ook in verschillen in de rekenmotivatie van de studenten. Motivatie is een belangrijke voorspeller voor schoolprestaties (Van Nuland, Dusseldorp, Martens & Boekaerts, 2010). Een groot deel van de mbo-studenten heeft geen zin in rekenen en ziet het belang er niet van in (Dekker, Krooneman, Brekelmans & Groenwoud, 2012). In sommige gevallen, zoals bij technische opleidingen, is rekenen een essentieel onderdeel van de beroepsopleiding. Voor andere opleidingen is rekenen veel minder cruciaal voor de beroepsuitoefening. De motivatie voor rekenen zal dan ook verschillen per beroepsopleiding (Van Groenestijn, Van Dijken & Janson, 2012). Door een beroepsgerichte invulling krijgt het vak rekenen betekenis. Op die manier raken de studenten meer gemotiveerd en worden ze beter voorbereid op het kunnen toepassen van deze kennis (Kemme, Wijers & Jonker, 2003). Wanneer studenten de relevantie zien van hetgeen er bestudeerd moet worden, stimuleert dit het gebruik van cognitieve strategieën, wat de rekenprestaties verbetert (Means, Jonassen & Dwyer, 1997). De beroepscontext van de mbo-opleiding vormt daarmee een belangrijke voorwaarde voor de motivatie voor en het ervaren van de gebruikswaarde van rekenen (Simons et al., 2000; 2004). De implementatie van de referentieniveaus is momenteel in volle gang. Er is echter weinig empirische onderbouwing voor deze implementatie. Naast de maatschappelijke discussie over de validiteit, betrouwbaarheid en relevantie van de COE-rekentoets, ontbreekt het aan een gefundeerd inzicht in de
Related Documents
View more...
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks
SAVE OUR EARTH

We need your sign to support Project to invent "SMART AND CONTROLLABLE REFLECTIVE BALLOONS" to cover the Sun and Save Our Earth.

More details...

Sign Now!

We are very appreciated for your Prompt Action!

x